[HOMMAGE] Dichter Jotie T’Hooft

De bibliotheek besteedde in 2017 extra aandacht aan de dichter Jotie T’Hooft. Sinds 20 oktober hangt aan de zijgevel van het bibliotheekgebouw een banner met het gedicht “Schuldbekentenis”, één van de twaalf nagelaten gedichten die gevonden werden op de schoorsteenmantel van het zogenoemde “zwarte huis” in de Kerkstraat 99 in Sint-Agatha-Berchem, op loopafstand van de bib. Samen met het gedicht werd ook ter hoogte van het huis een herdenkingsplaat aangebracht die herinnert aan het verblijf van de dichter. Als apotheose werd in samenwerking met Behoud de Begeerte een avondvullend poëtisch programma gebracht met een keuze uit zijn werk, door een keur aan jonge dichters. De toeschouwers in de uitverkochte zaal van Gemeenschapscentrum de Kroon konden kennis maken met de dichters Charlotte Van den Broeck, Yannick Dangre, Maarten Inghels, Delphine Lecompte, Roderik Six en Michaël Vandebril die hun favoriete gedicht brachten van Jotie T’Hooft en een korte selectie uit eigen werk. Acteur Wim Willaert eerde via Skype vanuit Sint-Petersburg de veel te jong gestorven dichter met een lied en Mauro Pawlowski bracht op geheel eigen wijze songs van Frank Zappa en van hemzelf. Vitalski presenteerde en interviewde prof. Yves T’Sjoen, hoofddocent verbonden aan de Afdeling Nederlands van de Vakgroep Letterkunde aan de Universiteit Gent.

Reden voor die extra aandacht was de veertigste verjaardag van het overlijden van de dichter en zijn band met Sint-Agatha-Berchem.

Jotie T’Hooft wordt geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde. Reeds erg jong loopt zijn schoolcarrière mis en begint hij te experimenteren met drugs. Op zijn zeventiende gaat hij op kamers wonen in Gent en geraakt dieper verstrikt in het drugsmilieu. Eind 1973 onderneemt hij een eerste zelfmoordpoging, wordt door zijn ouders teruggebracht naar Oudenaarde maar belandt uiteindelijk in de opvoedingsgestichten van Beernem en Ruiselede. Intussen blijft hij ontzettend veel lezen en begint hij zijn eerste gedichten te schrijven. Eind 1974 ontmoet hij in Gent zijn toekomstige vrouw Ingrid Weverbergh, waarvan hij op dat moment nog niet weet dat zij de dochter is van Manteau-uitgever Julien Weverbergh.

Zijn eerste gedichten worden in tijdschriften gepubliceerd en op advies van Ingrid stuurt hij een aantal manuscripten naar haar vader. Jotie T’Hooft wordt uitgenodigd bij uitgeverij Manteau, op dat moment gevestigd in de Comhairelaan 107 in Sint-Agatha-Berchem. Vader Weverbergh is enthousiast en in november 1975 verschijnt zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Op dat moment treedt hij ook in dienst als lector van de uitgeverij in de Comhairelaan en niet veel later in februari 1976 nemen Jotie en Ingrid hun intrek in een witgeschilderde tweekamerflat in de Groot-Bijgaardenstraat 256, het zogenoemde “witte huis”.

Intussen blijft Jotie T’Hooft kampen met zijn drugverslaving. Financiële problemen en een immer sluimerende depressie doen hem een tweede (volgens Jeroen Brouwers die er op dat moment ook werkzaam is, nogal halfslachtige) zelfmoordpoging ondernemen in het souterrain van de villa in de Comhairelaan. Intussen heeft het succes van zijn eerste bundel van hem op slag een Bekende Vlaming gemaakt, de Vlaamse variant van de poète maudit in het spoor van Verlaine, Baudelaire en Rimbaud.

In oktober 1976 verschijnt zijn tweede bundel “Junkieverdriet” waarvoor hij in Amsterdam de Reina Prinsen Geerligsprijs mag ontvangen, de tweede Vlaming na Eddy Van Vliet die daar in slaagt en in het gezelschap van eerdere laureaten Gerard Reve, Harry Mulisch, Remco Campert en Simon Vinkenoog. “Junkieverdriet” is meteen ook de laatste bundel die tijdens zijn leven zal verschijnen.

In augustus 1977 verhuist hij met Ingrid naar de Kerkstraat 99 waar hij besluit om een aantal kamers volledig zwart te schilderen, sindsdien staat het huis gekend als het zogenoemde “zwarte huis”. Op woensdag 5 oktober 1977 verlaat hij zijn woning om in de nacht van woensdag op donderdag in een armtierig kamertje in een pover rijhuis in Brugge zich een overdosis cocaïne in te spuiten. Boven het bed waarop hij zich een fatale dosis toedient vindt men een korte afscheidsboodschap: ‘Dag kleine meid! Veel geluk!‘ Op de schoorsteenmantel van zijn woonkamer in Sint-Agatha-Berchem worden, netjes uitgespreid, zijn twaalf laatste gedichten teruggevonden, waaronder “Schuldbekentenis”. Ze verschijnen al enkele weken later onder de titel “De laatste gedichten”. Het jaar daarop verschijnt nog onuitgegeven werk onder de titel “Poezebeest” en een boekje met proza, “Heer van de Poorten”. In 1981 verschijnen de verzamelde gedichten, een jaar later het verzameld proza. In 2011 verzorgt uitgeverij De Bezige Bij het 976 pagina’s tellende “Jotie T’Hooft : verzameld werk”. In oktober 2017 verschijnt bij dezelfde uitgeverij naar aanleiding van de veertigste verjaardag van zijn overlijden een heruitgave van zijn bekendste bundel “Junkieverdriet”.

De bibliotheek hoopt met het gedicht aan de zijgevel van haar gebouw en de herdenkingsplaat aan het “zwarte huis” een bijdrage te hebben geleverd aan de waardering voor een veelbelovend maar te vroeg gestorven dichter (amper 21) die een unieke plaats innam in de Vlaamse poëzie en tijdens zijn meest productieve periode in Sint-Agatha-Berchem werkte en woonde.

Wie meer wil weten over de het literaire belang van Jotie T’Hooft kan terecht op onze website. Op 5 oktober 2017, precies veertig jaar na het overlijden van de dichter, werd tijdens een hommageavond in Oudenaarde (waar zich het graf van de dichter bevindt) een lezing gehouden door prof. Yves T’Sjoen. U kan de lezing, waarin de auteur de dichter in een ruimer literair kader plaatst, terugvinden op www.sint-agatha-berchem.bibliotheek.be/jotie-thooft.

 

Gepubliceerd op:
11 januari 2018

Meer artikels ?